Langlaufen

Langlaufen populair

Langlaufen is onder Nederlanders en Belgen een populaire manier van voortbewegen door de sneeuw. Het is bij uitstek geschikt voor een eerste kennismaking met wintersport.
Voor de meeste mensen is langlaufen snel te leren. Meestal zijn slechts een paar lessen nodig om de techniek onder de voet te krijgen.

Langlaufen is “lopen” op ski’s hierbij geholpen door twee stokken waarmee je je afzet in de sneeuw. Er bestaat ook nog de zogenaamde schaatstechniek, hierbij zet je je zijwaarts af eventueel zonder stokken.
De langlauf-techniek heeft zijn oorsprong in Scandinavie.

Langlaufen doe je bij voorkeur op voorbereide sporen. Deze sporen worden “loipes” genoemd. Je vindt ze in bijna alle skigebieden in Frankrijk, Oostenrijk, Duitsland, Zwitserland en Tsjechie.

Moeilijkheidsgraad

Er is vaak een variatie in de moeilijkheidsgraad en de lengte van het parcour. De verschillende mogelijkheden worden aangeven door kleuren die varieren van blauw voor een makkelijk parcours tot zwart voor het zwaarste parcours.

Verschillende langlauf technieken

Er bestaan drie manieren om te langlaufen.
Het “Skiwandern” komt het meeste voor. Bij deze variatie loopt men rustig op de ski`s op een vlak terrein zonder al te steile afdalingen.
“Langlauf” is al wat moeilijker, men heeft een hoger tempo en het parcours is zwaarder. Vervolgens is er ook nog “Wedstrijd-langlauf”, wat alleen beoefend wordt door intensief getrainde topsporters.

Een bijkomend voordeel van langlaufen is dat je meestal niet gebonden bent aan de vaak dure skiliften in de populaire skigebieden.